Installatierichtlijnen
Vereisten conform DIN 20066 en de richtlijnen van BG Chemie (Informatieblad T 002)
Om de goede werking te waarborgen en de levensduur van van slangleidingen niet te verkorten door bijkomende mechanische belastingen, dienen onderstaande vereisten in acht te worden genomen.
Indien externe mechanische belastingen (bijv. frequent slepen over de vloer) niet kunnen worden vermeden, dienen slangen van hoog slijtvast polyurethaan of CP-slangen met een uitwendig stalen klemprofiel te worden toegepast.
AIRDUC® PUR en CP-slangen met uitwendige slijtagebescherming (linker afbeelding).
Conventionele slangen zonder geïntegreerde slijtagebescherming (rechter afbeelding).
Slangleidingen spannings- en torsievrij aansluiten. Indien op de slang een stromingspijl is aangebracht, dient de slang overeenkomstig de aangegeven stromingsrichting te worden gemonteerd.
Overmatige buigbelasting vermijden door gebruik te maken van een rol of slangzadel met een diameter die overeenkomt met de toegestane minimale buigradius.
De slangleiding in de vorm van een 180°-bocht monteren met voldoende lange, rechte (neutrale) slangdelen. De inbouwafstand dient te worden vastgesteld overeenkomstig de vereiste buigradius.
Ongeoorloofde buigingen direct achter de aansluitarmaturen vermijden.
De minimale buigradius in acht nemen.
De bewegingsrichting en de slangas dienen in één vlak te liggen om schadelijke torsiebelasting te voorkomen.
Slangleidingen zodanig installeren dat zij noch de vloer, noch wanden of andere objecten raken.
Technische wijzigingen voorbehouden.