Algemeen

Bij het transport van vaste stoffen en vloeistoffen door oplaadbare leidingen en slangen ontstaat elektrostatische oplading (= ladingsscheiding) door de wrijving van het transportmedium tegen de wand en de wrijving binnen het medium. De belangrijkste gevaren hierbij zijn:

  1. Het optreden van ontladingen die explosieve mengsels van gassen, dampen, nevels of stoffen kunnen ontsteken.
  2. Ongevallen door schrikreacties wanneer de ontlading via het menselijk lichaam plaatsvindt.
  3. Processtoringen door het hechten van het medium aan de slangwand.
  4. Storingen van meet- en regelapparatuur.

Terwijl maatregelen tegen de gevaren onder punt 2 t/m 4 grotendeels aan het oordeel van de gebruiker worden overgelaten, bestaan er diverse voorschriften en richtlijnen voor de beoordeling en het voorkomen van ontstekingsgevaren en de te nemen beschermingsmaatregelen.

De veiligste beschermingsmaatregel is en blijft het voorkomen van elektrostatische oplading door de juiste keuze van de slang. Onze producten hebben zich in de praktijk om de volgende redenen bewezen:

  1. Aarding van de slang over de volledige lengte.
  2. Aansluitingen kunnen aan beide zijden in de aarding worden opgenomen (besparing van extra aardverbindingen).
  3. Ingebedde draad heeft een maximaal contactoppervlak met de kunststof (in tegenstelling tot extern aangebrachte koperen draden).
  4. Spiraalvormige constructie bedekt een zo groot mogelijk deel van het oppervlak (in tegenstelling tot axiaal aangebrachte draden).
  5. Indien gewenst vervaardiging uit antistatische of elektrisch geleidende kunststoffen.
Duitse regeling van de Berufsgenossenschaft 730 (brand- en explosiebeveiliging bij installaties voor het afzuigen en scheiden van houtstof en -spanen):

“Kunststof flexibele slangen moeten elektrisch geleidend zijn om statische elektriciteit af te voeren. Indien dit niet het geval is, moet de geïntegreerde stalen spiraal elektrisch geleidend worden verbonden met de machine-afzuigaansluiting en de vast geïnstalleerde afzuigleiding.”
Voor de praktische uitvoering wordt verwezen naar BGR 132.

Duitse regeling van de Berufsgenossenschaft 739 (houtstof – hantering en veilig werken):

“De leidingen moeten vanaf de machine-aansluiting tot aan de verzamelbuis elektrisch geleidend met elkaar verbonden zijn.”
Voor de praktische uitvoering wordt verwezen naar BGR 132.

BIA-voorschrift voor industriële stofzuigers en stofafscheiders:

“De aarding van geleidende accessoires moet worden gewaarborgd. Alle geleidende delen van het apparaat (inclusief accessoires) moeten elektrostatisch geaard zijn …”

ATEX-richtlijn 2014/34/EU

Vanaf 30 juni 2003 mogen voor het beoogde gebruik in explosiegevaarlijke gebieden uitsluitend apparaten, componenten en beveiligingssystemen op de markt worden gebracht die voldoen aan de ATEX-richtlijn 2014/34/EU.

Apparaatcategorieën: De ATEX-richtlijn 2014/34/EU definieert in apparatuur groep II drie apparaatcategorieën die bedoeld zijn voor gebruik in explosiegevaarlijke gebieden met verschillende waarschijnlijkheden van een explosieve atmosfeer:

  • Categorie 1: Een explosieve atmosfeer is voortdurend aanwezig.
  • Categorie 2: Het ontstaan van een explosieve atmosfeer is waarschijnlijk.
  • Categorie 3: Het ontstaan van een explosieve atmosfeer is onwaarschijnlijk, maar kan kortstondig voorkomen.

De verschillende categorieën zijn nodig om passende voorzorgsmaatregelen te treffen ter voorkoming van explosies.

Zones: Omdat in de richtlijn de explosiegevaarlijke gebieden zowel voor gassen, dampen en nevels als voor stoffen uniform worden gedefinieerd, betekent dit in de praktijk ook een “driezone-indeling” voor stoffen. Voor de implementatie van de richtlijn 2014/34/EU werd de norm DIN EN 1127-1 “Explosieve atmosferen, explosiebeveiliging, deel 1: basisbegrippen en methodologie” opgesteld. Deze houdt al rekening met het nieuwe “zoneconcept” en definieert voor stofexplosiegevaarlijke gebieden de zones 20, 21 en 22.

Wat is een explosieve atmosfeer volgens ATEX?

In de zin van de ATEX-richtlijn 2014/34/EU wordt een explosieve atmosfeer gedefinieerd als een mengsel:

  1. van brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stoffen
  2. en lucht
  3. onder atmosferische omstandigheden
  4. waarbij de verbranding na ontsteking zich over het gehele mengsel voortplant (let op: bij aanwezigheid van stof verbrandt niet altijd de volledige hoeveelheid stof).

Een gebied waarin de atmosfeer door lokale en/of operationele omstandigheden explosief kan worden, wordt een explosiegevaarlijk gebied genoemd.

Het is belangrijk te vermelden dat producten niet onder de ATEX-richtlijn 2014/34/EU vallen wanneer zij bedoeld zijn voor gebruik in of in combinatie met gebieden die onder bepaalde omstandigheden explosief kunnen zijn, maar waarbij niet aan één of meerdere van de onder 1) t/m 4) genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Wanneer is de richtlijn 2014/34/EU van toepassing?

AnalyseResultaat
Apparaten met een intrinsieke potentiële ontstekingsbronApparaten die gebruikt moeten worden in of in verband met explosiegevaarlijke gebiedenApparaten die een interne atmosfeer bevatten die als explosief kan worden beschouwdApparaten die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/34/EU vallen
JaJaJaJa
NeeJaJaNee
JaNeeJaNee
JaJaNeeJa
NeeNeeJaNee
JaNeeNeeNee
NeeJaNeeNee
NeeNeeNeeNee
Content Block Image

Toepassing van de ATEX-richtlijn op Norres Baggerman slangen:

In alle categorieën noemt de norm als belangrijkste beschermingsmaatregel tegen elektrostatische oplading en de daarmee samenhangende ontstekingsgevaarlijke ontladingen het gebruik van elektrisch geleidende onderdelen, evenals het verbinden en aarden van alle geleidende onderdelen die zich gevaarlijk kunnen opladen. Dergelijke producten worden in de kopregel aangeduid met een pictogram voor afleidbaarheid en elektrische geleidbaarheid.

Sinds 30 juni 2003 mogen daarom uitsluitend apparaten, componenten en beveiligingssystemen met een overeenkomstige CE-markering in explosiegevaarlijke gebieden in gebruik worden genomen.

Aangezien de bedrijfsomstandigheden bij de gebruiker buiten onze controle liggen en de constructieve variatie zeer groot is, kan geen garantie worden gegeven voor de juistheid van de gegevens.

Nieuwe technische regel TRGS 727 vervangt TRBS 2153

Explosiebeveiligingsmaatregelen worden geregeld door TRGS 727 “Voorkomen van ontstekingsgevaren door elektrostatische opladingen”.

De technische regel TRGS 727 is gebaseerd op TRBS 2153 en BGR 132 van de Technische Commissie Chemie van de Deutsche Gesetzliche Unfallversicherung (DGUV).

De tot nu toe veelgebruikte isolerende kunststof- en rubberslangen met geleidende metalen inlagen mogen in de toekomst niet meer worden gebruikt.

Een andere belangrijke vernieuwing betreft de selectie van slangen voor pneumatisch transport van brandbare bulkgoederen, aangezien dit sterk ladingsopwekkende proces met TRGS 727 opnieuw is beoordeeld.

Voor de karakterisering van het wandmateriaal als geleidend (EC) of afleidend (AS) mag alleen nog de specifieke volumieke weerstand RGES worden gebruikt en niet langer de oppervlakteresistentie.

In het kader van elektrostatische onderzoeken en evaluaties in samenwerking met een gespecialiseerde afdeling voor explosiebeveiliging zijn slangen van verschillende constructies geclassificeerd met betrekking tot gebruik in explosiegevaarlijke gebieden.

Het deskundigenrapport vindt u hier:

Technische wijzigingen voorbehouden.

  • 1-0-0-0_Homepage_Galerie_Anwendungsfoto_Granulatverarbeitung.webp
  • 1-0-0-0_Homepage_Galerie_Anwendungsfoto_Schlauch.webp
  • 1-0-0-0_Homepage_Galerie_Anwendungsfoto_Schlauch_Sauger.webp
  • 1-0-0-0_Homepage_Galerie_Anwendungsfoto_Dachbekiesung.webp